1956-1965: Roberte en Marc Depoortere

De verslagenheid groot, de leegte immens

In december 1953 zette Theater VTV haar voorzitter Georges Demedts in de bloemen voor zijn jarenlang engagement naar aanleiding van de opvoering van Het Dorp der Mirakelen. Het was de voorbode van een nakend afscheid. Dat kwam er in 1956 na twee seizoenen van beperkte activiteit, zeker in vergelijking met drukke agenda in de voorafgaande periode. In 1955 waren er 9 opvoeringen, in 1956 welgeteld 1, de herneming van Mama’s Kind naar aanleiding van het herdenkingsjaar van de schrijver Willem Putman. Het was dus tijd voor een nieuw hoofdstuk.

In november 1956 werd een nieuw bestuur verkozen. Met Roberte Depoortere, weduwe van gewezen secretaris en erevoorzitter Roger Vancaeneghem, kreeg VTV een eerste vrouwelijke voorzitster met een hele staat van dienst in de Volksbond. Marcel Dekeyser, één van de sterren van de operettes, was de nieuwe secretaris-penningmeester. In het bestuur zaten verder Daniël Beghin, Gilbert Cardon, Roger Cnockaert, Roger Schoelinck en Josepha Maes. Erevoorzitter was nog steeds dokter Goetgeluck. Hij zou dat blijven tot 1961.
De nieuwe beleidsploeg kreeg even de tijd om op adem te komen en naar de toekomst te kijken. In 1957 stonden er immers grote werkzaamheden aan de toneelzaal op de agenda. Er waren wel af en toe gastvoorstellingen maar zelf bleef VTV vrijwel een jaar op non-actief staan. Er werd intussen gezocht naar nieuw bloed en verse krachten. Met succes, zo zou snel blijken.

Tot verheerlijking van de Kempische boeren

Op Kerstmis 1957 werd de vernieuwde toneelzaal van de Kristen Volksbond feestelijk ingespeeld met het ‘romantisch spel’ De Regenmaker in een regie van Marc Depoortere die ook weer mee op scène stond. Nieuwkomer Roger Vancoppenolle zorgde voor ‘de lichtregeling’, een nieuw gegeven bij VTV, en ancien René Depoortere tekende voor het decor. Het verhaal speelt zich af in het westen van de Verenigde Staten waar droogte heerst en een oplichter beweert regen te kunnen maken. Veel kerst was er dus niet aan, integendeel. Maar regisseur Marc Depoortere had, net als de échte acteurs, zin in meer écht toneel en kreeg wat hij wou (foto 1).

In het voorjaar van 1958 volgde voor het eerst sinds lang opnieuw een operette, en wat voor één: Op de purperen Heide van Eugeen De Ridder en Armand Preud’homme bracht de glorietijden terug van ’t Witte Paard en centen in de kas. Het trio Marc Depoortere (regie), René Depoortere (decor) en Maurice Flamant (muziek) werd voor de ‘lichtregeling’ bijgestaan door Roger Vancoppenolle en de balletten werden door Josepha Maes geleid. In de cast vinden we voor het eerst de namen van Willy Laemont en Daniël Vandenhoucke. In het programmaboekje wordt onder de titel “Waarom? Daarom!” uitgelegd dat het gaat om “een tedere verheerlijking van de Kempische boeren, bossen en hei!”. En voorts wordt de toeschouwer erop attent gemaakt dat de productie in het teken staat van de jeugd. “Er werd gestreefd, waar het toegelaten was, naar de ontluiking van jeugdige kracht. In de jeugd schuilt de zekere hoop voor de toekomst. En dat is verheugend.”

Dat deed men, na een klein intermezzo met De Verkochte Grootvader in november 1958, met de grootse productie De Lustige Boer, een operette met 85 uitvoerders waarvoor alle registers werden opengetrokken. Het stuk, gespeeld op 15, 21, 22 en 29 maart 1959, kaderde ook in de viering van enkele oude getrouwen: Georges Maerheyt, Roger Cnockaert en Gilbert Cardon. De eerste was toen 35 jaar lid, de twee anderen 25 jaar. Tussen het tweede en het derde bedrijf werden ze naar onhebbelijke gewoonte in de bloemen gezet (foto’s 2 en 3).

De officiële viering van de drie jubilarissen én (de aanvankelijk vergeten) Marc Depoortere vond plaats op 13 juni en 14 juni 1959 met een ontvangst op het stadhuis op zaterdagavond, gevolgd door een banket in de Volksbond en op zondag een mis bij de Paters Minderbroeders (foto’s 4 en 5).

Onder de vleugels van de oude garde, kwam een nieuwe lichting tot volle ontplooiing. Op Kerstmis 1959 stonden voor Peegie ruim 30 spelers op de scène (foto 6), een mix van ervaring en jong talent, in april 1960 gevolgd door de succesoperette De Bommelbaron, ook weer goed voor 60 mensen op de scène (foto 7). De lichtregeling was intussen overgenomen door Werner Coulleit en Gilbert Cardon was naast speler, bestuurslid en archivaris ook de vaste toneelmeester geworden. Die functie was nodig om de grote spelersschare in de coulissen in bedwang te houden, een job die voorheen ter harte werd genomen door de voorzitters Alfred Vindevogel en Georges Demedts, niet toevallig allebei onderwijzers.

In de marge van de geschiedschrijving zijn dienaangaande verhalen bekend over kussende koppels in de coulissen, die voor het bestuur ter verantwoording werden geroepen, en een lachende Christus, vastgebonden aan zijn kruis, die een oorveeg kreeg van een bestuurder nadat die eerst een laddertje had geïnstalleerd om op gelijke hoogte te komen.

Referendum

In het seizoen 1960-1961 zorgde VTV voor een huzarenstukje. Bij de eenmalige opvoering van Arsenicum en Oude Kant op 1 november 1960 werd een referendum gehouden onder de toeschouwers. Zij mochten met name kiezen welk stuk diende te worden opgevoerd op Kerstmis, twee maanden later dus. De ‘vox populi’ koos voor De Klucht van de brave Moordenaar dat werd gespeeld op 25 december 1960 en 8 januari 1961.
Het referendum vroeg ook welke stukken in het verleden het meest in de smaak waren gevallen.
In die top drie stonden van 1 tot 3 Peegie, De Regenmaker en De Lustige Boer.

De jaren 60 openden vele deuren voor de mens die ontspanning zocht. De mogelijkheden bleven niet langer beperkt tot toneel en muziek in de eigen stad. In het programmaboekje van het satirisch blijspel Vlooien in uniform op 12 november 1961 schrijft secretaris Marcel Dekeyser: “Wij zijn ongetwijfeld een periode van stagnatie ingetreden. Kwalitatief hebben de speelgroepen geen vorderingen meer gemaakt. Er is het probleem van de jeugd die bevreesd schijnt te zijn voor de gevergde inspanning. Alvorens naar de toekomst te kijken, zie nog één keer naar het verleden. Uit het verleden onthouden we de rechte en lichtende lijn.”

Eén van de pijlers uit dat verleden was de vaste afspraak op kerstdag. In 1961 werd die ingevuld met het kerstspel De Kerstmis van de Krab naar Felix Timmermans, altijd maar in een regie van Marc Depoortere (en met Daniël Vandenhoucke in de rol van de filosoof Cicero). Voor de licht- en klankregeling deed men beroep op het duo Van Enis-Eeckhout, de kostuums kwamen van het Huis Maes in Tielt en de grime werd verzorgd door het huis Delvoye uit Kortrijk.

Er was, ook in de Volksbond, iets aan het gisten dat kon worden samengevat als ‘een drang naar vernieuwing’. Dat was op bestuurlijk vlak alvast het geval. Marcel Dekeyser werd als secretaris opgevolgd door Gilbert Cardon en volksvertegenwoordiger Michel Vancaeneghem (foto 8), broer van Roger Vancaeneghem, kwam als erevoorzitter in de plaats van Dr. Goetgeluck. Michel Vancaeneghem was ook voorzitter van het Sint-Gregoriuskoor en componist van de Missa in honorem Sancti Hermeti, ter ere van Sint-Hermes.

Roger Cnockaert

Die vernieuwing op de scène kwam er in eerste instantie door de omstandigheden en was relatief te noemen. Marc Depoortere, sedert 1945 goed voor zo’n 60 regies bij VTV, werd begin 1962 op weg naar een repetitie van De blijde begrafenis van Klakke Verdoest aangereden en moest voor de rest van het jaar verstek laten gaan. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog had buiten Marc Depoortere enkel Hector Van Wiele eind de jaren 40 nog een regie gedaan bij VTV. De oplossing werd gevonden bij een ancien en vaste waarde binnen de eigen vereniging: Roger Cnockaert. Naar goede gewoonte en volledig in de voetsporen van zijn voorganger, stond de regisseur ook zelf op het toneel. Op 1 en 3 november 1962 werd het stuk van Gaston Martens opgevoerd, tot ieders voldoening. De rol van de dode Klakke Verdoest werd gespeeld door Jef Bijst die geen tekst had maar wel stipt op alle herhalingen aanwezig blijkt te zijn geweest, soms zelfs van lang voor het aanvangsuur. Op het einde van de tweede opvoering verraste Jef zijn rouwende medespelers door als dode uit zijn sterfbed op te staan met de woorden: “Geef mij nu ook maar een druppel!” Waarna gelukkig het doek viel.

Nog geen twee maand later, op Kerstmis 1962, ging dat doek weer open voor De Sukkeleer, opnieuw in een regie van Roger Cnockaert, die dit keer niet zelf op het podium stond. De namen van de andere spelers waren wel grotendeels dezelfde: Daniël Beghin, Josepha Maes, Gilbert Cardon, Kristel Verpoort, Roger Schoelinck, Daniël Vandenhoucke, Sidoine Baguet, Georges Maerheyt, Monique Crispyn, Yvette Vanavermaet. Er had zich een vaste kern gevormd waar jong en minder jong zich een plek had verworven. René Depoortere was daarbij nog steeds de decorman, het licht werd in dat seizoen verzorgd door Harold Vandenhoucke. Ook de nieuwe vaste opgever Omer Verpoort kreeg een pluim: “Fluisteraar Omer dient gefeliciteerd te worden met zijn zacht fluisteren, niet stoorbaar voor de zaal.” De souffleur zelf schreef in zijn rubriek ‘Onder Narkes Loupe’ in De Ronsenaar over zijn positie in de souffleursbak: “Ze dragen tegenwoordig allemaal lange broeken, een jongen of een meisje. Wil de souffleur een vrouwenbeen zien, dan is hij nog steeds aangewezen op de prentjes van cinema Concordia.”

50 jaar VTV

Alvorens de festiviteiten rond 50 jaar VTV officieel in te zetten, werd in maart 1963, het jaar waarin Benoni Beheydt op de Glorieuxlaan Rik Van Looy klopte in het wereldkampioenschap wielrennen, het blijspel Papa is professor opgevoerd. Marc Depoortere was terug als regisseur en kreeg een enthousiaste cast voor wat een publiekstrekker moest worden. De aanwezigheid van Paul Vandenhoeke droeg daar in niet-geringe mate toe bij. We lezen in het verslag: “Als de heer Vandenhoeke op het toneel verschijnt, verwachten de toeschouwers een toneelstunt. Ook deze maal kwamen ze niet bedrogen uit. Hij bracht met zijn karikatuur van een professor de zaal aan het gieren.” (foto 9)

Het was de aanloop naar een grootse viering van 50 jaar Theater VTV op 22 december 1963. Om 11 uur, na de mis, werd VTV ontvangen op het stadhuis van burgemeester Jacques Piessevaux. Om 18 uur was er een academische zitting in de Volksbond, gevolgd door een galavoorstelling van het jubileumstuk Montserrat. Op kerstdag 25 december was een tweede voorstelling voorzien. Erevoorzitter Michel Vancaeneghem, gewezen volksvertegenwoordiger en gemeenteraadslid, hield de feestrede die hij besloot met een hulde aan de VTV’ers van de voorbije halve eeuw: “Hun liefde voor VTV was steeds gekoppeld aan hun liefde voor Vlaanderen en het volk. De opofferingen lagen steeds in de optiek van sociale en culturele ontvoogding. De strijd die zij langs VTV om hebben gestreden, was de strijd van de Vlaamse Ronsische gemeenschap.” (foto 10)

Van de stichters in 1912 waren Arthur Vanderguchten en Georges Penson present. Het bestuur bestond toen, naast erevoorzitter Michel Vancaeneghem, uit voorzitster Roberte Depoortere, secretaris Gilbert Cardon en de leden Josepha Maes, Daniël Beghin, Roger Cnockaert, Roger Schoelinck en Omer Verpoort. Voor Cnockaert, Cardon, Depoortere, Maerheyt en Beghin was er die avond ook het ereteken van de Sint-Genesiusgilde.

Het galastuk zelf, Montserrat, was zwaar en dramatisch. Het speelt zich af in 1812 in Venezuela waar een opstand uitbreekt tegen de Spaanse dwingelandij. De Spaanse officier Montserrat, gespeeld door Marcel Dekeyser, helpt de opstandelingen en komt daardoor voor een verscheurende keuze te staan. Kunstschilder Albert Speeckaert zorgde mee voor het decor.

Na 50 jaar theater had VTV 126 verschillende stukken gebracht, verdeeld over 246 vertoningen.

De grote leegte

Het gouden jubileum van Theater VTV moest het begin zijn van een nieuw hoofdstuk. Maar na de feestroes volgde een zware kater. Na de grootse viering viel de werking helemaal stil, in zoverre dat secretaris Gilbert Cardon in zijn jaarverslag eind 1964 liet optekenen: “Er zijn er misschien wel personen die zich afvragen: “Is er nog wel een toneelbond, wij zien niets meer van hen!”. VTV had met Montserrat veel hooi op de vork genomen, misschien te veel. Bovendien stelde men vast dat “goede vertolkers door werkomstandigheden hun woonplaats naar een andere gemeente hebben verplaatst en anderzijds is er het ontbreken van belangstelling bij de jongeren voor de toneelkunst”. En toen moest de hardste klap nog komen.

Op 10 februari 1965, in volle voorbereiding voor het stuk Van Muizen en Mensen overleed Marc Depoortere (foto 11), 47 jaar jong. De onvermoeibare regisseur en de getalenteerde acteur die VTV sinds 1945 productie na productie had geleid en gestuurd, overleed onverwacht, ook al was hij al een tijd ziek. Die avond stonden de spelers op hem te wachten in de Volksbond waar ze het slechte nieuws ontvingen, de avond voordien had hij er nog aan de kaarttafel gezeten. De verslagenheid was groot, de leegte immens. Theater VTV was na Alfred Vindevogel opnieuw een gids verloren waar het blind op vertrouwde. Een tijdperk was voorbij.

Wat voorafging:

1912-1941: van de ene oorlog naar de andere
1941-1944: het Stadstooneel
1944-1956: Georges Demedts en Marc Depoortere

Hoe gaat het verder?

1965-1971: de zoektocht

Heb je al tickets voor de toekomst? 

Maak kennis met onze volgende producties. 

Copyright 2020 Theater VTV Ronse | Privacy | Zonnestraat 27 | 9600 Ronse | info@theatervtv.be