1965-1971: de zoektocht

Het voordoek moet nodig naar de stomerij

Het plotse overlijden van de 47-jarige Marc Depoortere op 10 februari 1965 betekende voor VTV het begin van een nieuwe zoektocht. In 1944 leek het succesvolle verhaal onder leiding van Alfred Vindevogel te zijn vastgelopen in de naweeën van de Tweede Wereldoorlog. Onder de vleugels van de overlevers in de Christen Volksbond, steunend op de organisatie van Georges Demedts en geleid door de creatieve geest van de onvermoeibare Marc Depoortere slaagde VTV erin om 20 jaar lang nieuwe triomfen te vieren.

Maar wat als de spilfiguur plots wegvalt?

Nog 1 keer Roger

Roger Cnockaert sprong opnieuw in de bres. Hij nam de regie op zich van een nieuwe productie, Moordromance, een komische thriller die al op 3 april werd gespeeld in een decor van René Depoortere en Albert Speeckaert. De generale diende te worden stilgelegd om technische redenen: Yvette Vanavermaete was met haar naaldhakken klem geraakt tussen twee treden van een trap tijdens haar repliek: “Ik ben tot de conclusie gekomen dat ik weg moet gaan”. Niet dus.

In de cast van Moordromance: Robert Depoortere, zoon van Marc. De opvolging leek verzekerd.

De brug van oud naar nieuw

Voorzitster Roberte Depoortere had na het overlijden van haar broer Marc te kennen gegeven de leiding van VTV te willen overdragen. De vraag was: in de handen van wie?

Binnen de Kristen Volksbond waren de verhoudingen tussen de verschillende afdelingen niet meer zo hecht als voorheen. Vooral VTV speelde daarin de rol van het buitenbeentje met de Volksbondharmonie als voornaamste tegenpool. De jonge elementen van VTV wilden weg van het ‘patronagetoneel’, de volkse blijspelen en de operettes. Volksbondvoorzitter Maurice Provost, naast apotheker ook CVP-schepen, en de leden van zijn Raad van Beheer zagen het niet graag gebeuren dat ‘hun’ toneelbond een koers dreigde te varen die zou afwijken van deze die ooit door stichters als Alfred Vindevogel was aangegeven. Eendracht was altijd het motto geweest van de Kristen Volksbond, samen tegen al de rest.

Op 7 mei en op 28 juni 1965 vergaderden de leden van VTV om de toekomst van hun vereniging te bespreken. Op de bijeenkomst van 28 juni was, voor het eerst sedert lang en lang niet toevallig, ook Alfred Vindevogel weer present. Het woord werd op beide bijeenkomsten voornamelijk gevoerd door Paul Vandenhoeke. Paul was een vaste waarde, een gewaardeerd architect, een geliefd acteur en met zijn onverwoestbare humor de perfecte verbinding tussen de oude garde en de jonge lichting. Het werd dan ook zijn opdracht om de brug te slaan tussen verleden, heden en toekomst.

Paul citeerde in zijn toespraken op de twee algemene vergaderingen onder meer Herman Teirlinck: “Teater is een soort tempel die een rang van voornaamheid opeist in de stad”. Hij pleitte voor meer bezoeken aan theatervoorstellingen in Antwerpen, Gent en Brussel en voor gastvoorstellingen in de Volksbond. Hij stelde vast dat “om de 7 à 8 jaar een nieuwe weg moet opgegaan worden, half risico half experiment” en hij refereerde daarvoor naar de productie Wolven in 1954. Hij pleitte ervoor om de herhalingen te houden in het weekend “omdat een groot aantal spelers op het uur van de aanvang van de herhalingen in de week nog op de baan zijn”. Hij wou een breed artistiek kader waarbinnen VTV als moderne vereniging haar ding kon doen.

Cruciaal punt: wie moest dit allemaal in de praktijk organiseren? En wat vonden de andere Volksbonders daarvan?

Nieuw bestuur, nieuwe aanpak, nieuw tijdperk

Bij de aanvang van het seizoen 1965-1966 begon Theater VTV aan een nieuw verhaal.

Voorzitster Roberte Depoortere werd, samen met Michel Vancaeneghem, erevoorzitter en in haar plaats kwam Reimond Hutse (foto 1). De nieuwe voorzitter was ingenieur, bekleedde een directeursfunctie bij Utexbel in Ronse, was actief in onder meer de Vlaamse Vriendenkring en had geen verleden in de Volksbond. Dat laatste gaf hem de vrijheid om onbevooroordeeld te oordelen maar het zadelde hem wel op met een dosis wantrouwen van de échte Volksbonder die zich, ook luidop, wel ’s de vraag durfde te stellen: “Wat komt die hier eigenlijk doen?” Het antwoord was eenvoudig: de deuren openen van de besloten gemeenschappen die de Volksbond en VTV in wezen gebleven waren.

Reimond Hutse, gesouffleerd door Paul Vandenhoeke en Robert Depoortere, verzekerde zich daarvoor van voldoende steun met een ruim bestuur dat bestond uit ondervoorzitter Roger Cnockaert, secretaris Etienne Vandenabeele, artistiek leider Paul Vandenhoeke, chef techniek René Depoortere, rekwisiteur Gilbert Cardon, PR-verantwoordelijke Marcel Dekeyser, archivaris Omer Verpoort, jeugdafgevaardigde Robert Depoortere en de leden Daniël Beghin, Georges Boucquet, Roger Schoelinck en Josepha Maes. Jeugd en ervaring verenigd!

Op 6 november 1965 stelde het vernieuwde VTV zijn eerste productie voor: Bushalte, een ontspannende komedie met diepe ondergrond, geregisseerd door Paul Vandenhoeke (foto 2).

Tussen het eerste en het tweede bedrijf (!) werd tijd gemaakt voor een huldiging van stichter Alfred Vindevogel (foto 3) en van erevoorzitster Roberte Depoortere en haar overleden echtgenoot Roger Vancaeneghem. Dat Alfred Vindevogel voor het eerst sedert het einde van het Stadstooneel in augustus 1943 een publieke voorstelling van ‘zijn’ VTV bijwoonde was een belangrijk signaal naar de buitenwereld én naar de Volksbond toe.

Eenakterfestival

Het zette geen rem op de activiteiten van het new look VTV. Op Kerstmis 1965 werd een eenakterfestival (foto 4) gehouden waarin veel nieuwe talenten op de scène van de Volksbond debuteerden. Artistiek leider Paul Vandenhoeke zag het zitten: “De nieuwe manier, de hedendaagse evolutie waar toneel half cinema wordt met klank en moderne belichting, is ons niet vreemd.”

Op 6 februari 1966 deden ze het nog ’s over in Berchem, bij Tegen Wind en Stroom. Pol Vancaeneghem schreef in De Ronsenaar onder de kop “In het teken der jeugd”: “VTV is bezig zich een nieuw publiek te veroveren dat dankbaar is om de dynamische aanpak waarmee het hele gezelschap nieuwe wegen opgaat.”

Gesterkt door de positieve commentaren trok VTV de lijn van de vernieuwing door met de komedie Ik ben getrouwd, gespeeld op 26 maart 1966, in een regie van Paul Vandenhoeke (foto 5). Het decor was van het duo Depoortere-Speeckaert en de belichting van Lucien Desmijtere. Gilbert Cardon was butler op de scène en toneelmeester ernaast, Omer Verpoort fungeerde als vaste souffleur.

“De akteurs waren omringd door een stijlvol geheel, een jonge knappe ploeg”, zo luidt de visie van Spectator in De Ronsenaar en hij besluit: “De revelatie van het stuk was Orphale Crucke die de gunst van het publiek bekwam”.

Seizoen 1 van tijdperk 3 na het tijdperk Alfred Vindevogel en het tijdperk Marc Depoortere was succesvol afgesloten. De toekomst lachte VTV toe. Reimond Hutse had zijn inwijdingsseizoen met glans doorstaan.

“De sigaren gepresenteerd, de erewijn uitgeschonken”

Gesterkt door het succes van het seizoen 1965-1966, verzamelde de nieuwe ploeg van voorzitter Reimond Hutse de leden op 11 september 1966 voor een algemene ledenvergadering ter voorbereiding van het seizoen 1966-1967 (foto 6). Het belang van deze bijeenkomst kon niet voldoende worden benadrukt, iedereen werd warm gemaakt door artistiek leider Paul Vandenhoeke via De Ronsenaar.

“Het is uw plicht, jongeren die iets voelen voor toneel, u die diktie en toneel volgen, niet uit snobisme maar plichtsbeseffend, uw volk en uw publiek iets mede te geven: ontspanning, voor het publiek bewust of onbewust een kulturele opvoeding en voor uzelf vorming, ontwikkeling en gezonde vrijetijdsbesteding!”

“Toneel is een aristokratische activiteit waar leeftijd en fortuin geen betekenis hebben. Het is niet alleen kunst maar ook wijsgierigheid!”

Het programma van de algemene vergadering voorzag ook in een uiteenzetting door acteur en regisseur Bert Struys én een expo over de geschiedenis van Theater VTV (foto 7). De bijeenkomst was een succes. “Tijdens de uiteenzettingen werden sigaren gepresenteerd en werd de erewijn geschonken…”, aldus Spectator in De Ronsenaar dat een uitgebreid verslag bracht en een waslijst aanwezige en verontschuldigde prominenten opsomde. Acteur Roger Schoelinck kreeg een speciale vermelding omdat hij niet één van de 110 herhalingen in het voorbije seizoen had gemist. Waarmee meteen is aangegeven dat repetities missen als normaler werd beschouwd dan ze bij te wonen …

Externe regisseur

Het bilan van de algemene vergadering was positief. Een reeks jonge talenten had de rangen vervoegd: Orphale Crucke, Johan Debisschop, Philippe Jouret, Jenny Devlieghere, Anne-Marie Schouwers, Kristel Verpoort. Anciens waren gebleven of teruggekeerd: Gilbert Cardon, Paul Vandenhoeke, Josepha Maes, Roger Schoelinck, René Depoortere, Daniël Beghin, Lucien Desmijtere. Er was perspectief. Het was tijd voor iets prestigieus.

Op 29 en 30 oktober 1966 speelde VTV zodoende het drama Juarez (foto 8) van Emmanuel Robbes die ook al Montserrat schreef. Het vertelt het verhaal van de Spaanse Ofelia die wordt gevangengenomen en ter dood veroordeeld omdat ze in het huwelijk is getreden met de Franse officier Juarez. Voor het eerst haalde men daarvoor bij VTV een externe regisseur binnen, de gevierde acteur Jo Decaluwe. Hij moest de nieuwe ploeg meteen naar een mooi resultaat leiden in het provinciaal toernooi.

Dat viel tegen. De jury klasseerde VTV op de zesde plaats van negen deelnemers. “De regie was weinig bezield en weinig overtuigend” luidde het oordeel. En voorts: “De vertoning kwam zelden boven het peil van middelmatig amateurisme”.

Bij VTV liet men het niet aan zijn hart komen. “Eén der grootste fouten was de grote bezetting. Een kleinere bezetting geeft minder kans tot puntenverlies. Daarbij komt het praatzuchtig karakter van het stuk!”

De spelers zelf kregen een voldoende mee met speciale vermeldingen voor Johan Debisschop (“gehandicapeerd door zijn kleine gestalte”), Gilbert Cardon (onderscheiden voor zijn rol van Christobal) en Nelly Vanopbroecke die na 14 jaar terug was van weggeweest.

Roger Schoelinck

Voor het kerststuk 1966 deed VTV weer beroep op een regisseur uit eigen rangen. Roger Schoelinck (foto 9) was al langere tijd actief in de toneelwereld maar debuteerde bij VTV op Kerstmis 1957 in De Regenmaker. Hij speelde daarna in vrijwel alle volgende producties mee en waagde zich met Zwervers rond de kribbe aan een eerste regie op 25 december 1966. Het was tevens het debuut van Magda Ladou (foto 10).

Roger Schoelinck had meteen de smaak te pakken want hij deed op 18 en 19 maart 1967 ook de regie van het volgende stuk, Ninotchka (foto 11) waarin hij mee op scène stond. In Ninotchka noteerde men opnieuw een aantal debutanten, naast de intussen gevestigde namen van Nelly Vanopbroecke, Gilbert Cardon en Roger Schoelinck zelf: Eddy De Crits, Paul Dedeken, Armand Dekeyser, Rita De Sautere en Johan Schoelinck (zoon van Roger), naast de bijna-debutanten Pol Vanderdonckt en Magda Ladou. De politiek van vers bloed aantrekken werkte dus.

Een aparte vermelding kreeg nieuweling Armand Dekeyser die samen met Roger Schoelinck en Vanderdonckt een trio vormde “dat met soms stomme gags en voortdurende kwinkslagen voor de lustige omlijsting zorgde”.  Eén opmerking wel ter attentie van de debutant: “Hij dient te waken over zijn neiging om met eigen geestigheden mee te lachen!”

Aan flarden

De doelstellingen die voorzitter Hutse en artistiek leider Vandenhoeke hadden geformuleerd op de algemene vergadering van september 1966 leken na anderhalf al seizoen aangevinkt. Nieuw en jong bloed was aangetrokken, er werd vernieuwend theater gebracht, nieuwe regisseurs brachten nieuwe inzichten.

Maar theater is een intensieve hobby. De jongeren haakten even snel af als ze kwamen. Persoonlijke ambities doorkruisten de plannen van het bestuur. Er woedde bovendien een machtsstrijd binnen de Volksbond. Met de dood van Staf Depoortere in 1964 en Marc Depoortere in 1965 waren twee onbetwiste gezagsdragers verdwenen. Aan opvolgers was er geen gebrek.

Het leven zou nog verder zijn tol eisen. De kersverse voorzitter van VTV Reimond Hutse werd ernstig ziek en kon enkel in naam zijn functie waarnemen. Van het uitgebreide bestuur waarmee in september 1965 was gestart, bleef een beperkte kern over met penningmeester Georges Boucquet en secretaris Johan Provost.

Het zou na Ninotchka een vol jaar duren vooraleer VTV opnieuw op de scène verscheen. Dat gebeurde met een Eenakterfestival op 9 maart 1968.  In Weekblad AZ wordt in de aanloop naar de productie gemeld dat VTV een “heropgebouwd gezelschap is dat voor de winter 1967-1968 aan flarden sprong door verdeeldheid in de rangen van bestuursleden en akteurs”. Het (toen nog zeer jonge) weekblad meldt eveneens dat het de lezer op de hoogte zal houden van de opvoeringen van VTV en van, wij citeren, “de afgescheurde discipelen”.

Onder de titel “Bedenkingen bij een late start” schrijft Robert Depoortere daarover in maart 1968 zelf in het programmaboekje van VTV:

“Voor Taal en Volk is de enige toneelvereniging van de stad Ronse. En steeds opnieuw voltrekt zich hier een wonder: als de nood het hoogst is, blijkt de redding nabij. Als sommigen reeds klaar staan om VTV te begraven, soms met kleinzielig leedvermaak, is VTV er wéér, treden jonge mensen voor het voetlicht, vieren zij het eeuwige, altijd nieuwe mirakel dat luistert naar de naam: TONEEL.”

Robert Depoortere trad inderdaad in de voetsporen van zijn vader Marc en nam bij VTV de artistieke teugels in handen. Hij regisseerde in decors van René Depoortere en onder de technische leiding van Lucien Desmijtere drie eenakters: De Gelukkige reis naar Trenton en Camden (foto 12) met Eric Depoortere, Josepha Maes, Charles Huysman, Trees Besard en Paul Vandenhoeke; De Joodse Vrouw met Nelly Vanopbroecke en Eric Depoortere; Orpheus (foto 13) met Eddy Decrits, Charles Huysman, Philippe Jouret, Luc Luyten, Magda Ladou, Henriette Van Aevermaete, Linda Van Cauwenberghe en Trees Vandenhoeke.

Maar de maand maart zou eindigen in diepe rouw. Voorzitter Reimond Hutse overleed na een zware ziekte op 27 maart 1968. Nauwelijks twee maanden later stierf ook erevoorzitter Michel Vancaeneghem. Een periode van bezinning brak andermaal aan.

De gave Gods

Het seizoen 1968-1969 werd op 22 september 1968 geopend met twee in memoriams. De nieuwe voorzitter, Georges Boucquet, herdacht Reimond Hutse en Michel Vancaeneghem als twee onbaatzuchtige mensen die zich met enthousiasme aan de culturele activiteiten hadden gewijd. Hij stelde ook zijn nieuw bestuur voor waarmee, andermaal, een nieuwe start moest worden genomen: ondervoorzitter René Depoortere, secretaris-penningmeester Johan Provost, verslaggever-toneelmeester Gilbert Cardon, artistiek leider Paul Vandenhoeke, chef techniek Lucien Desmijtere en de leden Josepha Maes, Robert Depoortere, Johan Debisschop, Magda Ladou en Philippe Jouret.

Auteur Paul Mariën gaf de gelegenheidsspeech in wat de verslaggever van De Ronsenaar omschrijft als “een geïmproviseerde ontvangstzaal”. (foto 14)

Een belangrijke opdracht voor de nieuwe voorzitter was het platstrijken van heel wat plooien tussen VTV en de bestuurders van de Volksbond. De moeilijke relatie, ontstaan na de dood van Marc Depoortere en instroom van de jeugd, bleef een teer punt. Veel jonge VTV-leden knapten af op de oude structuren. De structuren aanpassen was evenwel een werk van lange(re) adem. Het aantrekken van externe regisseurs vormde bijvoorbeeld een fenomeen waar de Volksbonders zich niet steeds konden in vinden.

De eerste productie Harten Twee, Harten Drie op 1 en 2 november 1968 werd geregisseerd door zo’n buitenstaander, Jules Van Houtte, leraar aan onder meer de academie van Ronse (foto 15). Tijdens de pauze van de première werd de uitslag bekend gemaakt van een fotowedstrijd die tijdens de repetities had gelopen. André Deviaene werd daarvan de winnaar.

Op 20 oktober 1968 was op initiatief van VTV ook al een colloquium over liefhebberstoneel gehouden in de kantoren van De Ronsenaar met Norbert De Backer, Germain De Rouck, Robert Depoortere, Paul Vandenhoeke, Frans De Ruyck, Jules Van Houtte en gespreksleider Pol Vancaeneghem (foto16).

We noteren daarin uit de mond van Paul Vandenhoeke: “Uitsluitend spelen op de gave Gods, dat gaat niet meer. Er moet een vorming, een basis zijn. Dat kan aangevuld worden door regelmatig te spelen met beroepsregisseurs.” En de repliek van Norbert De Backer: “Als die beroepsregisseur met dezelfde geestdrift naar de vereniging komt als de liefhebbersregisseur dan zeg ik: honderd procent akkoord.”

Jules Van Houtte voldeed alvast aan dat criterium. Met de spelers Johan Debisschop, Robert Depoortere, Magda Ladou, Trees Besard, Philippe Jouret en Damien Besard zette hij in november 1968 een wervelend blijspel neer over een driehoeksverhouding onder het thema: Pour tenir votre mari, soyez sa maitresse…

De sfeer zat weer goed bij VTV en dat mag ook blijken uit de ‘Dans In’ die twee weken later werd georganiseerd. Er was zelfs af en toe een voetbalwedstrijd tussen VTV en Harmonie, al scherpte die niet steeds de vriendschapsbanden, integendeel. In april 1968 versloeg VTV zo de Harmonie met 3-1 (2 doelpunten van Orphale Crucke en 1 van Lucien Desmijtere) na een hevig duel dat ’s avonds werd besloten met een T-dansant (foto 17).

Een maand na Harten Twee, Harten Drie, op 21 december en 25 december 1968 was het Joris ’t Kint die een ambitieus project regisseerde: Glazen Speelgoed van Tennesse Williams met Robert Depoortere, Johan Debisschop, Eddy Decrits en Josepha Maes.

Het seizoen 68-69 eindigde met een Franse komedie: Nenette of Ik ben er en ik blijf er. De regisseur kwam dit keer uit eigen rangen: Johan Debisschop moest proberen het acteergeweld van Paul Vandenhoeke en Trees Besard (foto 18) in juiste banen te leiden. Ze werden omringd door Josepha Maes, Magda Ladou, Henriette Van Aevermate, Philippe Jouret, Noël Crispyn en Gilbert Cardon. De voorstellingen, op 19 en 27 april 1969, kregen applaus van een volle zaal, al vond Willy Deventer de première in Weekblad AZ maar niets: “De vertolking was op vele punten, ja … het spijt ons: slecht.”

Op het einde van het seizoen, op 28 juni 1969, overleed stichter-voorzitter Alfred Vindevogel. Het was het definitieve einde van een tijdperk. Maar was er uitzicht op een nieuw?

“Loskomen van de verstarring”

Op 16 november 1969 hield VTV haar jaarlijkse algemene vergadering. Dat gebeurde onder de vleugels van een nieuw bestuur dat niet langer bestuur heette. Omdat een cultuuruiting “niet in een carcan geprangd mag zitten”, was men tot de conclusie gekomen dat de vroegere structuur diende te worden herdacht. Niet langer twee of drie producties, met twee of drie vertoningen maar een gevarieerd theaterprogramma was voortaan aan de orde. “Vernieuwing bevalt het publiek niet, het schrikt zelfs af. De vernieuwing slaat op de drang om los te komen van de verstarring die zich met de jaren in toneelgezelschappen is gaan vestigen.”

Naast erevoorzitter en eindverantwoordelijke van de directie Roberte Depoortere kwamen er drie directieleden: René Depoortere, Johan Debisschop en Robert Depoortere, al snel aangevuld met Philippe Jouret. Gilbert Cardon was verslaggever en Luc Vancaeneghem penningmeester.

De wijziging had iets van een machtsgreep. Voorzitter Georges Boucquet was inmiddels ook voorzitter van de overkoepelende Kristen Volksbond geworden en de belangen van iedereen binnen het moederhuis vertegenwoordigen, bleek een zware opgave. Bij VTV koos men daarom voor de vlucht vooruit onder impuls van Robert Depoortere en Johan Debisschop.

“Het overboord werpen van de oude bestuurssystemen en werken met een directie en verantwoordelijken”, zo luidde het plan. Het begon met een volledig nieuw lichtorgel dat door Johan Debisschop werd geïnstalleerd.

Twee dagen na de algemene vergadering, op dinsdag (!) 18 november, organiseerde VTV in samenwerking met het Davidsfonds een druk bijgewoonde kleinkunstavond met Miel Cools, Jos Ghysen en het duo Kirsten en Ivan. Het ‘carcan’ van weleer, spelen op Kerstmis en Pasen, mikken op een groot Volksbondpubliek was inderdaad doorbroken. De ‘klein k kunst’ avond was overigens een succes, ondanks de dinsdagavond.

3×1

Een maand later was er al een nieuw samenwerkingsverband, dit keer met Rederijkerskamer Sint-Pieter Vreugd en Deugd Geraardsbergen en Die Bronne Brakel. Op 20 en 21 december 1969 brachten ze in de Volksbond elk een eenakter onder de titel 3×1. Voor VTV was dat Een Wonderbaarlijke Nacht door Johan Debisschop, Robert Depoortere en Eddy Decrits in een regie van Jules Van Houtte. (foto 19)

Dat gebeurde in een aparte setting: een arenatheater. Dat bleek, net zoals de griep en de ijzel, een belemmering voor het publiek om te komen. Op zaterdag 150 toeschouwers, op zondag 50. Wel zeer positief: de spelers kenden hun tekst. “Bij vele stukken van VTV zaten we angstig te wachten op het pijnlijk ogenblik waarop de speler uit zijn tekst zou vallen en de souffleur er hem weer in zou helpen. Dat was nu niet het geval”, aldus Snoopy in De Ronsenaar.

Op 20 december 1969 vond ook een huldiging plaats van Josepha Maes, René Depoortere en Paul Vandenhoeke om hun 25-jarig lidmaatschap van VTV. Ze werden gehuldigd door Georges Boucquet en Elie Bockstal.

Terug zang op de scène

Het 57ste speeljaar 1969-1970 werd afgesloten met een vaudeville van Hippoliet Van Peene, de toneelauteur die de tekst van de Vlaamse Leeuw schreef. Jules Van Houtte regisseerde Keizer Karel en de Berchemse boer uit 1841 waarin ook wordt gezongen, en dat was bij VTV een eindje geleden. Dany Limbourg, Philippe Jouret en Lucien Debisschop zorgden voor de muzikale omlijsting, onder meer met een, wij citeren, “onrealistische bandopname” waar de lokale verslaggever liever echte accordeontonen had gehoord. De scenograaf was Kurt Van Eeghem, toentertijd leerling van Jules Van Houtte. Op de scène stonden Gilbert Cardon, Johan Debisschop, Trees Besard, Philippe Jouret, Magda Ladou, Noël Crispyn en Luc Vancaeneghem. Het publiek werd terdege voorbereid middels volle pagina’s uitleg over de auteur en het stuk in De Ronsenaar. Ook het Davidsfonds Ronse van voorzitter Frans De Ruyck werkte mee. Regisseur Van Houtte schreef een bijdrage over waarom de productie geen duikel op de culturele ladder was. Het werd ook zo ervaren op 17 en 18 april 1970.

“Is het een eeuwenoud stuk, het blijft goed theater! En kritiek? Dan kun je evengoed schrijven dat het voordoek nodig naar de stomerij moet!”

Aanzetten tot nadenken

Op 25 oktober 1970 opende VTV het nieuwe theaterseizoen met een receptie waarop Jef Demedts de eregast was. Meteen werd de uitslag bekend gemaakt van een affichewedstrijd die de maanden voordien had gelopen en die werd gewonnen door André Deviaene, eerder ook al winnaar van de fotowedstrijd rond Harten Twee, Harten Drie. Zijn ontwerp werd de basis voor de affiches van het lopende seizoen. De opdracht van VTV werd toen omschreven als: de mensen aanzetten tot nadenken. Binnen de leiding had Noël Crispyn Luc Vancaeneghem vervangen als penningmeester en maakte Philippe Jouret vast deel uit van de nu vierkoppige directie. Jean-Pierre Duplessis was de nieuwe verantwoordelijke voor licht en klank.

Een jazzavond was de eerste activiteit op de agenda. Onder meer Etienne Verschueren was op 11 december van de partij, net als Pol Closset. (foto 20)

Op 30 en 31 januari 1971 was het tijd voor echt theater met een goede oude Molière: De Schelmenstreken van Scapin. Robert Depoortere deed zoals zijn vader Marc: hij speelde én regisseerde een brede cast waarin de 12-jarige Dirk De Ruyck debuteerde op de planken van de Volksbond. “Met zijn duidelijke zegging een belofte voor de toekomst”, heette het. Voorts stonden Philippe Jouret, Orphale Crucke, Noël Crispyn, Johan Debisschop, Rita en Magda Ladou, Charles Huysman, Josepha Maes, Lucien Devos en Jean Hantson op scène.

Bij het stadsbestuur van Ronse kregen toen de plannen vorm voor een klank- en lichtspel De Tijd van de Waanzin naar aanleiding van de 500ste verjaardag van het bezoek van Karel De Stoute aan Ronse. De Vereniging Voor Vreemdelingenverkeer Ronse was de initiatiefnemer en vroeg de medewerking van de Ronsese verenigingen, inzonderheid ook van VTV.

De verbijstering in de Volksbond was groot toen bleek dat de voorstelling ook in het Frans zou worden vertaald. Er vertrok in februari 1971 dan ook een boze brief richting stadsbestuur aangaande deze “schreeuwende onrechtvaardigheid”.

En toen kreeg Paul Vandenhoeke, een beetje in de schaduw gebleven door het geweld van de jeugd, een idee …

Wat voorafging:

1912-1941: van de ene oorlog naar de andere
1941-1944: het Stadstooneel
1944-1956: Georges Demedts en Marc Depoortere
1956-1965: Roberte en Marc Depoortere

Heb je al tickets voor de toekomst? 

Maak kennis met onze volgende producties. 

Copyright 2020 Theater VTV Ronse | Privacy | Zonnestraat 27 | 9600 Ronse | info@theatervtv.be