1912-1941: van de ene oorlog naar de andere

“Wroeten zullen wij voor onzen Volksbond”

De vijf ‘taaie mannen’ die op 20 augustus 1912 Theater Voor Taal en Volk stichtten waren Alfred Vindevogel, Charles Cambier, Jeroom Depoortere, Arthur Vanderguchten en EH Oscar Debisschop. Ze deden dat in de schoot van de Christen Volksbond die op 18 juli 1907 was opgericht onder impuls van onder meer onderpastoor van Sint-Hermes Flor Weemaes en Gustaaf Eylenbosch, toen secretaris van de Belgische Volksbond en later de eerste voorzitter van het ACV. Als reactie op de groeiende invloed van de socialistische beweging, wou de Belgische Volksbond overal in het land kernen stichten waar katholieke arbeiders zich konden groeperen. In Ronse kreeg Eylenbosch, geboren Gentenaar maar in het Frans op internaat geweest in de Hermesstad, de steun van die katholieke arbeiders pas nadat met grote meerderheid een artikel in het reglement werd goedgekeurd dat de Christen Volksbond de Vlaamse taalbelangen zou bevorderen. Lucien Piscé was de eerste voorzitter.

Toneel was één van de mogelijkheden om het volk te verheffen. De stichters van den toneelbond waren vijf jaar later dan ook vastbesloten “iets puiks op te voeren, zoo gauw de feestzaal van den Kristen Volksbond is opgetrokken”. Dat gebeurde op 24 augustus 1913 toen de nieuwe zaal werd ingehuldigd, onder meer met een feeststoet doorheen de stad onder het motto:  “Werken zullen wij, wroeten zullen wij, lijden zullen wij nog voor onzen Volksbond”.

Dat lijden kwam snel want de Eerste Wereldoorlog gooide roet in het eten. Eerst veranderde wel nog de originele naam ‘Theater voor Taal en Kunst’ in ‘Theater Voor Taal en Volk’. De latere secretaris en erevoorzitter Roger Vancaeneghem omschreef dat in 1934 als “een soort weerspiegeling [is] van het demokratisch en flamingantisch streven te dien tijde”.

Toneelfeest

Tot 1920 bestond het repertoire van de nieuwe toneelbond uit sketches die werden gebracht tijdens bonte avonden. Uiteraard had dat veel te maken met de oorlog. Op zondag 18 april 1920 werd met Fabiola of de kerk der katacomben een eerste volwaardige productie gespeeld. Wat heet overigens volwaardig? Het stuk telt 5 bedrijven. Om daarvan te bekomen, werd na afloop ook een blijspel opgevoerd in 1 bedrijf: Toneelstudiën. De verslaggever meldt dat het blijspel “grote bijval” kende. In de cast van zowel de tragedie als het blijspel staat niet toevallig de naam Adolf Bijls.

De producties volgden elkaar in snel tempo op: na 18 april ging in 1920 het doek open voor telkens twee nieuwe stukken op 13 mei, 16 mei, 11 juli, 5 september, 3 oktober, 17 oktober, 21 november en 25 december.

Tussen 1912 en 1945 werden in totaal 154 stukken gespeeld verdeeld over 194 avondvertoningen. Vaak werd een productie dus maar 1 keer gespeeld en kreeg het gebeuren de naam ‘Toneelfeest’ mee. Bijna altijd van de partij: regisseur Alfred Vindevogel, acteur/regisseur Adolf Bijls en vanaf 1928 ook acteur/regisseur Georges Verhellen.

Het Teeken des Kruises vormt een uitzondering op de regels. Het werd niet gecombineerd met een blijspel en het werd na de première op 12 april 1925 nog vier keer hernomen, verspreid over een jaar. Op 5 april 1926 vond de laatste vertoning plaats. 140 mensen werkten mee. Daaronder de debutant Marc Depoortere die, zo vermeldt VTV-archivaris Gilbert Cardon, “een kleine kristen” speelde.

Het record van het langste stuk in de geschiedenis van Theater VTV werd gevestigd op 19 november 1922. Zo werd hij rijk is een drama in vier bedrijven dat begon om 18 uur en eindigde om 00u50. De verslaggever vond het “zeer zwaar, te zwaar”.

De oude gewaden afgelegd

Op 17 november 1929 bracht VTV in een regie van Alfred Vindevogel het ‘vrolijk spel’ ’t Lammeken van J. Ballings. Het was de eerste keer dat de toneelbond voor een jury speelde en het was meteen raak: 87 op 100 en meteen in de eerste categorie. De cast werd gevormd door Alice en Anna Dekeyzer, Martha Dezitter, Adolf Bijls, Omer Dekeyzer, Georges Michels, Robert Maerheyt en Georges Verhellen.

Op 11 januari 1931 trad VTV aan in eerste categorie voor de provinciale beker in de academie van Sint-Niklaas met De Vreemdeling, een ‘snakerij’ van JJ Van Hauwaert. Het was het verhaal van Uilenspiegel met in de hoofdrol Georges Verhellen en verder Adolf Bijls, Alice De Keyzer, Georges Michels, Georges Demedts, Omer De Keyzer en Hermes Cranskens.

De proclamatie volgde op zondag 8 februari en zorgde voor euforie. Op de tien deelnemende verenigingen werd VTV tweede. Alice De Keyzer kreeg de prijs voor de beste liefhebster-toneelspeelster, VTV als groep de prijs voor de eenheid en zuiverheid van uitspraak, Alfred Vindevogel een eervolle vermelding als regisseur en Georges Verhellen (nochtans heesch aan de voorstelling begonnen) als speler. De betrokkenen kregen de zondag daarop, 15 februari, een serenade aan huis door de Harmonie en daags nadien werd Jozef Dewael, textielfabrikant aan de Elzeelsesteenweg in Ronse, op een algemene ledenvergadering het erevoorzitterschap aangeboden omdat hij VTV tijdens de wedstrijd zoveel genegenheid betuigde. “Ziedaar eene ere-voorzitter die zelf, van den eersten dag af, eer haalt uit zijnen bond”, besluit toenmalig ondervoorzitter Maurice Ponette.

Met De Vreemdeling werden, zoals de latere erevoorzitter Roger Vancaeneghem schreef, de oude gewaden afgelegd. Het was tijd voor een renouveau van het theater, ook al omdat het publiek “de voorgeschotelden rommel beu geworden was”.

Op 5 april 1931 speelde VTV Het Eeuwig Verraad en vierde met deze grote en ambitieuze productie Adolf Bijls, die 30 jaar op de planken stond, waarvan 15 jaar in de Volksbond. De viering gebeurde om precies te zijn tussen het tweede en het derde bedrijf. Ondervoorzitter Maurice Ponette schonk hem namens VTV een zetel waarin hij voortaan zou kunnen rusten. De gevierde reageerde daarop “dat hij nog een nieuwen term als toneelspeeler zou beginnen en nog eens daverde de zaal van de warme toejuichingen”.

Dolf Bijls overleed in februari 1938. Hij was toen de uitbater van het café van de Volksbond. Dolf had op 7 november 1937 in Harelbeke nog meegespeeld in De Schelmstreken van Scapin, in het kader van een toernooi dat VTV glansrijk won. Op de proclamatie op 20 maart was hij al overleden. Zijn medespelers gingen na de bekendmaking van de uitslag bloemen neerleggen op zijn graf.

De revue

Tussen 17 november 1934 en 31 maart 1935 speelde VTV de revue van Valère Depauw Tavi ees getraut. Geregisseerd door Alfred Vindevogel en onder de muzikale leiding van Maurice Flamant. Het ging om 9 voorstellingen waarvan 1 in Ruien en 1 in Berchem. Op 3, 4 en 5 augustus 1935 speelde VTV samen met de Patria ook een Revue der Revues in de zaal van het Patronaat in de Hoogstraat en ze deden dat nog ’s over in de feestzaal van de Klijpe, op 22 september van dat jaar.

Het echte werk kwam vanaf 20 oktober met Tavi kuupt nen twielijnk, 6 opvoeringen waarvan de laatste op 3 februari 1936. Depauw zou in 1936 ook nog de revues Rex Vaincra en Guti Bokskampioen schrijven, opgevoerd op 18 oktober en 8 november 1936.

In eerste categorie

Het jaar daarop, op zondag 28 maart 1937, vierde VTV haar 25-jarig bestaan met de productie Tijl I van Antoon Vande Velde. Het bestuur bestond toen uit voorzitter Alfred Vindevogel, ondervoorzitter Valère Depauw, secretaris Georges Demedts, penningmeester Georges Penson en de leden Leona Bogaert, Georgette Cnockaert, Georges Michels, Armand Waeterloos, Mia Kobia, Adolf Bijls, Georges Verhellen en Adrien Provost. Erevoorzitter was Jozef Dewael.

VTV had de smaak te pakken van de toernooien en pakte voor de Tweede Wereldoorlog nog twee keer succesvol uit. Op kerstdag 1938 met een ‘kunstvoorstelling’ van het middeleeuws mysteriespel Mariken van Nieumeghen, waarvan een tweede voorstelling plaatsvond op 22 januari 1939 ten voordele van de nieuwe kerk van de Paters. De provinciale jury gaf 87 op 100 en een plaats in eerste categorie. De regie was van Alfred Vindevogel en Georges Verhellen.

Op 7 mei van datzelfde jaar 1939 won VTV in de Koninklijke Nederlandse Schouwburg Gent het provinciale toneeltoernooi met een voorstelling van Barabas van Michel de Ghelderode, opnieuw in een regie van Alfred Vindevogel. Het bestuur toen bestond uit: voorzitter Alfred Vindevogel, ondervoorzitter Valère Depauw, secretaris Roger Vancaeneghem, penningmeester Adrien Provost, hulpsecretaris Agnes Vanderguchten en de leden Georgette Cnockaert, Roger Cnockaert, Georges Michels, Marc Depoortere en Georges Verhellen.

De aanloop naar de Tweede Wereldoorlog

Op 17 november 1939 schrijft voorzitter Alfred Vindevogel aan de gemobiliseerde leden: “We maken voor u een ‘passe-montagne’ gereed tegen de aankomende koude. Laat ons weten wat gij nog verkiest: kousen, een sjerp of kniebanden. Hier ingesloten vindt gij ook nog wat rookgerief en wat sneukel. We zullen uwe afwezigheid zeer missen. Als het zo voortgaat, geraak ik nog alleen.”

VTV speelde op kerstdag 1939 desalniettemin En waar de sterre bleef stille staan van Felix Timmermans en deed dat nog es over in het Sanatorium in Heynsdaele op 7 januari en in de Volksbond zelf 2 en 18 februari 1940.

Het seizoen 1940-1941 werd geopend op zondag 27 oktober 1940 met een Amerikaanse klucht, Ketty liegt nooit. Op 29 december verder gezet met Nu zyt welle komen. Het vormde, samen met de herneming van Waar die sterre bleef stille staan in januari 1941, de aanloop naar het Stadstooneel.

Op 13 juli 1941 speelde VTV nog zelfstandig het blijspel Willy’s Vrouw, maar het nieuwe seizoen 1941-1942 zou aangevat worden in samenwerking met De Verbroedering en de Toneelschool van de Academie. Het Stadstooneel was geboren.

Bekijk ook:

Lees verder:

1941-1944: het Stadstooneel
1944-1956: Georges Demedts en Marc Depoortere
1956-1965: Roberte en Marc Depoortere
1965-1971: de zoektocht
1971-1975: de plaats van VTV in de Volksbond
1975-1977: De breuk
1977-1980: altijd zonneschijn

En wat biedt de toekomst? 

Maak kennis met onze volgende producties. 

Copyright 2020 Theater VTV Ronse | Privacy | Zonnestraat 27 | 9600 Ronse | info@theatervtv.be